Cornel Bierens, 15 juni 2008
Het Ontstaan Van De Catalogus Grandeur, Een Beeldverhaal
|
Cornel Bierens is opgeleid als klinisch psycholoog en beeldend kunstenaar en werkzaam als kunstenaar en schrijver. Hij publiceerde essays in NRC Handelsblad. In 2002 verscheen van zijn hand ‘Schildpad met Roos en Mes’ een roman over beeldende kunst met een opgroeiende jongen als hoofdpersoon. Een toneelstuk gebaseerd op dit boek gaat binnenkort in première bij het Rotterdamse Onafhankelijk Toneel. Als beeldend kunstenaar realiseerde Bierens een aantal projecten die werden geëxposeerd in o.a. Stedelijk Museum Amsterdam, en in het binnen en buitenland.
Hij is mede verantwoordelijk voor de catalogus Sonsbeek 2008 ‘Grandeur’. Bierens zal een verhaal houden over beeldtaal en het ontstaan van de catalogus.
|
|
|
| |
|
|
|
|
Nanda Janssen, 29 juni 2008
Over Processies in de kunst
|
Nanda Janssen, kunsthistorica, tekstschrijver en onafhankelijk curator, stelde de tentoonstelling Carried Away - Procession in Art samen voor het Museum voor Moderne Kunst Arnhem
(14 juni t/m 21 september 2008). De tentoonstelling haakt in bij de processie van Sonsbeek 2008 en toont kunstenaars uit de 20e en 21e eeuw die de processie hebben ingezet in hun werk. In de lezing worden diverse kanten van de processie belicht en trekken verschillende soorten processies voorbij, van James Ensor, Daniel Buren en Joseph Beuys tot aan Lucy Orta en Thomas Hirschhorn.
|
|
|
| |
|
|
|
|
Chris Keulemans, 3 augustus 2008
Grandeur versus de hardnekkige en geestdodende middelmaat
|
Schrijver, journalist en voormalig directeur van De Balie in Amsterdam. Hij publiceerde zes boeken, fictie en non-fictie. ‘De Amerikaan die ik nooit ben geweest ‘(2004) is een vierluik; roman, website, dvd en een radioprogramma. In 1984 opende hij in Amsterdam een boekwinkeltje annex literair podium ‘Perdu’. Keulemans was betrokken bij o.a. bij de oprichting van het Rushdie comité en Press Now, tot steun van onafhankelijke media in de Balkan.
|
|
|
| |
|
|
|
|
Tijs Goldschmidt, 10 augustus 2008
EVOLUTIE DOOR NATUURLIJKE SELECTIE; DE GRANDEUR VAN EEN IDEE
|
Schrijver en evolutiebioloog. Goldschmidt studeerde biologie in Amsterdam, hij woonde van 1981 tot 1986 in Tanzania, waar hij cichliden in het Victoriameer bestudeerde als onderzoeker van de Rijksuniversiteit van Leiden. Hij schreef er een proefschrift over en publiceerde het boek Darwins hofvijver, waarin hij het wetenschappelijke met het persoonlijke verweeft. Darwins hofvijver werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en bekroond met de KIJK / Wetenschapsweekprijs (later opgegaan in de Eureka! prijs) in 1995 en is inmiddels vertaald in onder andere het Engels, Frans, Duits, Italiaans, Japans en Chinees. Na dit boek publiceerde Goldschmidt vele essays, waaronder De andere linkerkant. In 2001 ontving hij voor zijn bundel Oversprongen de Jan Hanlo Essayprijs. In 2007 hield hij de Huizingalezing onder de titel Doen alsof je doet alsof in de
St. Pieterskerk te Leiden.
|
|
|
| |
|
|
|
|
Prof. Dr. Jos de Mul, 17 augustus 2008
DE GRANDEUR VAN DE MENS, van Sophocles tot Sonsbeek
|
Hoogleraar filosofie van mens en cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wetenschappelijk directeur van het onderzoeksinstituut Filosofie van ICT. In 1993 promoveerde hij cum laude op het proefschrift ‘Tragedie van de eindigheid’, Diltheys hermeneutiek van het leven.
Van zijn hand verschenen onder meer: Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie (1990); Cyberspace Odyssee (1997) en De domesticatie van het noodlot (2006). In het najaar van 2007 verscheen Database Delirium. Lessen in culturele verwarring.
Ook publiceert De Mul regelmatig essays in het Cultureel Supplement van het NRC-Handelsblad. Zijn werk is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Spaans, Chinees, Koreaans, Servisch en Sloveens en werd onder meer bekroond met de Praemium Erasmianum (1993) en de Socrates Prijs (2002). In 2007 stond ook De domesticatie van het noodlot op de shortlist voor de Socrates Prijs.
Als cultuurfilosoof is hij vooral geïnteresseerd in thema’s als de impact van de informatie- en communicatie-technologie op de mens, de opmars van de beeldcultuur en hedendaagse kunst.
|
|
|
| |
|
|
|
|
Maarten Doorman, zondag 24 augustus 2008
NIEUWE GRANDEUR IN DE BEELDHOUWKUNST
|
Filosoof, criticus, dichter en essayist. Hij is bijzonder hoogleraar Journalistieke Kritiek van Kunst en Cultuur aan de VU in Amsterdam. Verder is hij filosoof aan de Faculteit Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht. Recente boeken zijn Art in Progress. A Philosophical Response to the End of the Avant-Garde (2003), De romantische orde (2004) en Paralipomena. Opstellen over kunst, filosofie en literatuur (2007). Studeerde cum laude af op het pessimisme van Schopenhauer en promoveerde op: ‘Steeds mooier’, over vooruitgang in de kunst.
|
|
|
|
Patricia de Marteleare, zondag 31 augustus 2008
GRANDEUR EN DECADENTIE
|
Hoogleraar aan de KU in Brussel en de KU Leuven. In Brussel doceert zij de vakken: Geschiedenis van de hedendaagse continentale wijsbegeerte, Grondige studie van wijsgerige teksten (hedendaagse tijd), Taalfilosofie en Wijsgerige antropologie. Zij is gepromoveerd op een proefschrift over scepticisme van David Hume. Daarnaast publiceert zij over Schopenhauer, Nietzsche, Freud, Wittgenstein en Derrida.
|
|
|
|
Awee Prins, 7 september 2008
DE GRANDEUR VAN DE VERVELING
|
Sinds 1985 werkzaam aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam als universitair docent fenomenologie, hermeneutiek en filosofie & kunst.
Zijn publicaties betreffen vooral de blijvende betekenis van het werk van Martin Heidegger. Tevens beweegt zijn onderzoek zich op het snijvlak van filosofie en literatuur. Hij was medeoprichter van het Centrum voor Filosofie en Kunst en een van de initiatiefnemers van het Erasmus Honours Programme.
In 2006 ontving hij de Onderwijsprijs van de EUR.
In 2008 promoveerde Prins met zijn proefschrift ‘Uit verveling’. ‘Verveling en gevoelens van zinloosheid tekenen onze tijd’. De huidige westerse mens leeft volgens Prins in een klein koninkrijkje. “Hij heeft alles tot zijn beschikking, maar wordt door niets meer geraakt. We zijn voortdurend op zoek naar het interessante en denken dat de verveling dan wel verdwijnt. Maar er heerst geen interesse, dat wil zeggen: we zijn niet meer werkelijk te midden van de zijnden. Dat heeft er mee te maken dat we ons niet meer kunnen concentreren en geen geduld meer kunnen opbrengen voor de dingen.”
What shall I do now? What shall I do?
I shall rush out as I am, and walk the street
With my hair down, so. What shall we do tomorrow?
What shall we ever do?
T.S. Eliot, The Waste Land
|
|
|
|
Anna Tilroe, zondag 14 september 2008
DOOR BEELDEND KUNSTENAAR F.E. VAN DER WEIDE
|
Artistiek directeur van Sonsbeek 2008 Grandeur. Tilroe studeerde Frans in Leiden, zij heeft zich al jaren laten kennen als een kunstcritica die, onbelast door kunsthistorische ballast, in haar beschouwingen eerst voor de Volkskrant, later voor NRC Handelsblad een eigen kijk probeert te ontwikkelen op de (kunst)wereld om haar heen.
Bij Uitgeverij Querido verschenen tot nu toe drie bundels met kritieken van haar hand: ‘De blauwe gitaar’(1990), essays over hedendaagse kunst; ‘De huid van de kameleon’(1996) en in 2002 ‘Het blinkendestof. Op zoek naar een visioen.’ Zij zal geïnterviewd worden door F.E. van der Weide, beeldend kunstenaar.
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
|